Categorie archieven: Stoffen en materialen, anorganisch (CE/SE)

Inhoud Stoffen en materialen, anorganisch (CE/SE)

Onderwerpen die in deze categorie worden behandeld zijn:

Reacties van zouten (CE)

De kandidaat kan het oplossen en neerslaan van zouten beschrijven en aangeven voor welke doeleinden neerslagreacties kunnen worden toegepast.

De kandidaat kan:
- Met behulp van een oplosbaarheidstabel laten zien hoe via neerslagreacties
• ionen uit een oplossing kunnen worden verwijderd;
• de aanwezigheid van bepaalde ionen kan worden aangetoond;
• een bepaald zout kan worden bereid;
• ionen in oplossing met elkaar kunnen reageren.

 Atoombouw en periodiek systeem (CE)

De kandidaat kan de bouw van atomen beschrijven en aangeven wat de samenhang is tussen de atoombouw en de plaatsing en ordening van elementen in het periodiek systeem.

De kandidaat kan:
- Aangeven welke principes ten grondslag liggen aan de plaatsing en ordening van elementen
in het Periodiek Systeem in groepen en perioden:
• kernlading/atoommassa;
• eigenschappen.
Van een aantal elementen aangeven waar ze zich in het Periodiek Systeem bevinden:
• metalen en niet-metalen;
• edelgassen;
• halogenen;
• alkalimetalen.
- De bouw van atomen en ionen beschrijven, gebruik makend van de begrippen atoomkern, proton, neutron, kernlading, atoomnummer, massagetal, elektron, elektronenwolk, ionlading.

Bindingstypen en eigenschappen (CE)

De kandidaat kan van een aantal typen binding aangeven hoe ze tot stand komen en welke eigenschappen met de betreffende bindingstypen samenhangen.

De kandidaat kan:
- Aangeven of een stof uit ionen, atomen of moleculen bestaat.
- Aangeven hoe de volgende typen bindingen tot stand komen en aangeven welk van die bindingstypen aanwezig is bij zouten, metalen en moleculaire stoffen:
• atoombinding of covalente binding;
• polaire binding, als overgangstype tussen atoombinding en ionbinding;
• ionbinding;
• metaalbinding;
• waterstofbrug;
• vanderwaalsbinding.
- Aangeven dat ionen watermoleculen kunnen binden en dat dit proces omkeerbaar is:
• hydratatie;
• zouthydraten;
• kristalwater, met gebruik van de notatie .nH2O.
- Verband leggen tussen typen binding en eigenschappen van metalen, ionogene en moleculaire stoffen:
• hoogte van het smeltpunt;
• hoogte van het kookpunt;
• al dan niet elektrische geleiding in vaste, vloeibare en/of opgeloste toestand.
- Uitleggen welke stoffen, gezien de structuur van de moleculen en het aanwezige bindingstype, in het algemeen goed mengen, respectievelijk oplossen en welke niet, gebruik makend van de begrippen:
• apolair/polair;
• hydrofoob/hydrofiel;
• waterstofbruggen.

Namen en formules (SE)

Namen en formules bijbehorend bij deze stof worden in het schoolexamen getoetst.