Inhoud Redox (CE/SE)

Toepassingen (SE)

De kandidaat kan toepassingen van redoxreacties in elektrochemische cellen en in elektrolyseprocessen beschrijven.

Redox als proces (SE)

De kandidaat kan de bouw en de werking van een elektrochemische cel en een elektrolyseopstelling beschrijven en methoden toelichten om corrosie te bestrijden.

Reacties (CE)

De kandidaat kan een aantal begrippen uit de redox-theorie toepassen en met behulp van een tabel met halfreacties uitspraken doen over toepassingen van redoxreacties.

De kandidaat kan:
- Aangeven wat een reductor en wat een oxidator is.
- De naam en de formule noemen van enkele bekende reductoren:
• koolstofmono-oxide;
• metalen;
• koolstof;
• sulfiet.
- De naam en de formule van enkele bekende oxidatoren noemen:
• salpeterzuur;
• ijzer(III)verbindingen;
• zuurstof;
• halogenen;
• waterstofperoxide;
• ozon.
- Aangeven wat een halfreactie is en welke typen deeltjes daarbij betrokken zijn:
• elektronen;
• redoxkoppel;
• reductor;
• oxidator;
• geconjugeerd.
- Voor een redoxreactie tussen gegeven stoffen/deeltjes met behulp van een tabel aangeven welke halfreacties plaatsvinden en hieruit de vergelijking van de totaalreactie afleiden.
- Met behulp van een tabel met halfreacties en gegevens over de sterkte van oxidatoren en reductoren aangeven welke halfreacties plaatsvinden in een elektrochemische cel en hieruit de vergelijking van de totaalreactie afleiden.
- Van een gegeven reactie aangeven of het een redoxreactie is en reductor en oxidator er in aanwijzen en aangeven hoe de elektronenoverdracht is.
- Met behulp van een tabel met gegevens over de sterkte van oxidatoren en reductoren voorspellen of in een gegeven situatie een redoxreactie zal kunnen verlopen en daarin reductor en oxidator aanwijzen.
- Met behulp van bronnen aangeven welke reacties verlopen bij corrosie/roesten van een gegeven metaal.
- Aangeven op welke wijze de vermoedelijke aanwezigheid kan worden nagegaan van:
• chloor;
• jood;
• sulfiet;
• zwaveldioxide;
• waterstof.