Tag Archieven: inhoud

Inhoud Zuren en basen (CE/SE)

 Toepassingen (SE)

De kandidaat kan de rol van zuren, basen en buffers in verschillende situaties beschrijven.

Onderzoek (SE)

De kandidaat kan een aantal methoden gebruiken om zure, basische en neutrale oplossingen te onderzoeken en de resultaten van die onderzoeken interpreteren.

Inhoud Chemische techniek (CE/SE)

Het maken van stoffen (SE)

De kandidaat kan voor de industriële bereiding van een bepaalde stof aangeven welke grondstoffen en hulpstoffen worden gebruikt en het productieproces beschrijven in het perspectief van duurzame ontwikkeling.

Het scheiden en zuiveren van stoffen (SE)

De kandidaat kan een aantal methoden noemen om mengsels te zuiveren en verbanden leggen tussen de eigenschappen van de aanwezige stoffen en de geschikte scheidingsmethode.

Stoffen aantonen (CE)

De kandidaat kan een aantal methoden noemen om stoffen aan te tonen en de resultaten die daarbij worden verkregen, interpreteren.

De kandidaat kan:
- Papier- en dunnelaagchromatogrammen interpreteren ten behoeve van het herkennen van stoffen.
- Gaschromatogrammen interpreteren ten behoeve van het herkennen van stoffen.
- Aangeven dat in spectrogrammen van stoffen kenmerkende patronen kunnen voorkomen en deze patronen interpreteren om die stoffen of soorten stoffen te herkennen:
• absorptiespectra (visueel, UV, IR);
• massaspectra.

Analysetechnieken (CE)

De kandidaat kan een aantal technieken noemen om de hoeveelheid van een stof te bepalen en de daarbij behorende berekeningen uitvoeren.

De kandidaat kan:
- Het principe van een titratie beschrijven:
• bij zuur-base titraties: titratiecurve, indicatorkeuze.
- Gaschromatogrammen gebruiken ter bepaling van een hoeveelheid van een stof.
- Aangeven op welke wijze een hoeveelheid van een stof colorimetrisch kan worden bepaald.
- Hoeveelheden van een stof bepalen gebruik makend van gegevens uit experimenten en van de wet van Lambert-Beer.

Procesindustrie (CE)

De kandidaat kan de uitvoering in het groot van een chemisch proces beschrijven.

De kandidaat kan:
- Stappen onderscheiden bij de uitvoering in het groot van een chemisch proces:
• aanvoer en opslag van grondstoffen;
• voorbewerking (doseren, mengen, verwarmen, samenpersen);
• reactie;
• scheiding/recycling;
• zuivering/afvalverwerking;
• opslag en afvoer van eindproducten.
- Aangeven in welke gevallen een batchproces de voorkeur geniet boven een continu proces:
• kleinschalige productie;
• breed productenpalet.
- Voordelen noemen van een continu proces boven een batchproces:
• beter te automatiseren;
• geen tijdverlies voor vullen, legen, schoonmaken;
• recycling eenvoudiger.
- Van een beschreven productieproces het blokschema weergeven.
- Een blokschema interpreteren van een beschreven productieproces.
- Bij berekeningen aan een in het groot uitgevoerd chemisch proces gebruik maken van een massabalans, elementenbalans en/of energiebalans.

Inhoud Kenmerken van reacties (CE)

Toepassingen (CE)

De kandidaat kan enkele natuurlijke kringloopprocessen beschrijven en van een aantal typen reacties en processen aangeven wat de kenmerken ervan zijn en ze in vergelijkingen weergeven.

De kandidaat kan:
- Het rendement van een proces berekenen als percentage of fractie van de theoretische opbrengst op basis van volledige omzetting.
- Aangeven dat door beïnvloeden van de reactiesnelheid bij (industriële) processen een bepaald product kan worden verkregen of goedkoper kan worden geproduceerd.
- Beschrijven hoe met behulp van maatregelen die de evenwichtsligging beïnvloeden bij (industriële) processen een bepaald product kan worden verkregen of goedkoper kan worden geproduceerd.
- Begrippen gebruiken die met toxiciteit samenhangen:
• acute toxiciteit;
• chronische toxiciteit;
• mutageniteit;
• carcinogeniteit;
• no-toxic effectlevel;
• ADI-waarde;
• MAC-waarde.
- De natuurlijke kringloop van koolstof beschrijven als voorbeeld van elementbehoud:
• fotosynthese;
• omzetting glucose in organische stoffen;
• afbraak van deze stoffen;
• betekenis van deze kringloop in verband met het milieu.
- De natuurlijke kringloop van stikstof beschrijven als voorbeeld van elementbehoud:
• stikstofbinding;
• nitraat in voedingsstof planten (kunstmest);
• vorming stikstofhoudende organische stoffen (eiwitten);
• afbraak stikstofhoudende organische stoffen tot eenvoudige moleculen;
• betekenis van deze kringloop voor het milieu.
- Typen reacties noemen en aangeven wat de kenmerken van die reacties zijn:
• substitutie;
• additie;
• redox;
• zuur-base;
• verestering;
• verzeping;
• polymerisatie;
• hydrolyse;
• kraken.
- Chemische processen, oplossen en indampen weergeven met behulp van formules en reactievergelijkingen:
• molecuulformules;
• structuurformules;
• verhoudingsformules;
• ionen.
- Uit gegevens afleiden tot welk type reacties (zie eindterm 102) een bepaalde reactie behoort:
• uit de vergelijking van de reactie;
• uit gegevens over beginstoffen en reactieproducten.
- Uit gegevens over een reactie/proces de beginstoffen en producten aangeven.

Inhoud Biochemie (CE)

Stofwisseling (CE)

De kandidaat kan een aantal biochemische processen beschrijven.

De kandidaat kan:
- De fotosynthese van glucose beschrijven als een proces waarbij energie wordt opgeslagen:
• licht;
• chlorofyl;
• energieopslag;
• binding van koolstofdioxide;
• productie van zuurstof.
- De hoofdbestanddelen van voedsel noemen:
• eiwitten;
• koolhydraten;
• vetten.
- De functie van enzymen in organismen beschrijven:
• katalysator;
• substraat;
• sleutel-slot-hypothese.
- Aangeven dat de vertering van voedsel begint met de enzymatische hydrolyse van koolhyraten, vetten en eiwitten en noemen welke stoffen daarbij ontstaan:
• glucose;
• glycerol en vetzuren;
• aminozuren.
- Aangeven dat eiwitten polyamiden zijn:
• peptidebinding.
- Uitleggen wat wordt verstaan onder het begrip essentieel bij essentiële aminozuren en essentiële vetzuren.
- De betekenis van nucleïnezuren in het lichaam beschrijven:
• chromosoom;
• gen;
• DNA;
• RNA;
• transcriptie;
• translatie;
• genetische code.

Inhoud Koolstofchemie (CE/SE)

Toepassingen van synthetische polymeren (SE)

De kandidaat kan verband leggen tussen de eigenschappen en toepassingen van een aantal synthetische polymeren.

Andere toepassingen van koolstofverbindingen (SE)

De kandidaat kan van koolstofverbindingen die als brandstof worden gebruikt de vorming en de effecten op het milieu toelichten en het gebruik van aardolie als grondstof voor chemische producten toelichten.