Tag Archieven: mechanica

Inhoud Mechanica (CE)

Rechtlijnige beweging (CE)

De kandidaat kan rechtlijnige bewegingen beschrijven en analyseren.

De kandidaat kan:
- Rechtlijnige eenparige bewegingen en rechtlijnige eenparig versnelde bewegingen vanuit rust wiskundig beschrijven:
· plaats, verplaatsing, afgelegde weg;
· snelheid, gemiddelde snelheid, relatieve snelheid;
· versnelling.
- Plaats-tijd-diagrammen interpreteren:
· snelheid bepalen met behulp van een raaklijn;
· schetsen van het verloop van het snelheid-tijd-diagram;
· vergelijking van twee verplaatsingen in één diagram.
- Snelheid-tijd-diagrammen interpreteren:
· verplaatsing bepalen met behulp van oppervlakte;
· versnelling bepalen met behulp van een raaklijn;
· schetsen van het verloop van het versnelling-tijd-diagram;
· eindsnelheid en luchtweerstand.
- Berekeningen maken bij een vrije val vanuit rust:
· valversnelling, valtijd, hoogte, snelheid bij het bereiken van de grond.
- De bijbehorende formules toepassen.

Kracht en moment (CE)

De kandidaat kan krachten weergeven als vectoren en de eerste, tweede en derde wet van Newton toepassen.

De kandidaat kan:
- Krachten op een systeem weergeven als vectoren:
· aangrijpingspunt, drager/ werklijn;
· samenstellen in parallellogram;
· ontbinding langs twee onderling loodrechte assen;
· berekenen van de grootte van de componenten.
- De eerste wet van Newton uitleggen aan de hand van voorbeelden:
· traagheid bij snelheidsverandering;
· evenwicht van krachten bij constante snelheid.
- Met de tweede wet van Newton de resulterende kracht of de versnelling berekenen:
· definitie eenheid van kracht;
· massa, dichtheid en zwaartekracht.
- Krachtwetten toepassen:
· actiekracht en reactiekracht op verschillende lichamen aanwijzen, derde wet van Newton;
· normaalkracht;
· krachten op lichamen op een hellend vlak;
· spankracht, wrijvingskracht en veerkracht.
- De werking van hefbomen uitleggen:
· toepassing van momenten;
· vergelijking van de arbeid van de uitgeoefende krachten.
- Met de hefboomwet krachten berekenen:
· zwaartepunt als aangrijpingspunt van de zwaartekracht;
· hef- en hijswerktuigen, tandwielen, katrol, V-snaren.
- De bijbehorende formules toepassen.

Arbeid en energie (CE)

De kandidaat kan het begrip arbeid bij energieomzettingen en de wet van behoud van energie toepassen en het rendement van energieomzettingen bepalen.

De kandidaat kan:
- Het begrip arbeid toepassen bij energieomzettingen:
· arbeid door de zwaartekracht;
· negatieve arbeid van wrijvingskracht en warmteontwikkeling;
· de arbeid van een kracht bepalen uit een kracht-verplaatsingsdiagram.
- De wet van behoud van energie toepassen:
· de energiebalans van een systeem;
· aangeven van energievormen;
· bewegingsenergie, zwaarte-energie, veerenergie;
· snelheid, kracht en verplaatsing berekenen;
· periodieke bewegingen verklaren: slinger, trilling tussen veren, stuiteren zonder wrijving.
- Berekenen hoeveel energie wordt omgezet in warmte bij verplaatsingen:
· energie per tijd en energie per afstand;
· optrekken en afremmen in stadsverkeer;
· verband tussen snelheid en brandstofverbruik;
· rendement van motor;
· vorm van het voertuig;
· totale warmteafgifte aan het milieu.
- De bijbehorende formules toepassen.

Kromlijnige beweging (CE)

De kandidaat kan de kenmerken van een eenparige cirkelbaan beschrijven en de daarbij optredende
krachten analyseren en de beweging van voorwerpen in een gravitatieveld beschrijven en modelleren.

De kandidaat kan:
- Een beschrijving geven van de baan van een voorwerp in het zwaartekrachtveld:
· horizontale worp, snelheid als vector.
- Berekeningen uitvoeren met de formules over de eenparige cirkelbeweging:
· baansnelheid, hoeksnelheid, straal, omlooptijd, frequentie;
· middelpuntzoekende versnelling en kracht.
- De voorwaarden bepalen om een satelliet in een baan om de aarde te kunnen brengen:
· gravitatiewet van Newton;
· bepaling van de straal van de baan;
· omlooptijd bij polaire en geostationaire banen.
- De bijbehorende formules toepassen.